Hoe verging het de Déjà Vu tijdens de 8 Uren 2017?

De bemanning van de Déjà Vu doet verslag…

4 seizoenen in 8 Uren

De 8 uren vallen altijd in een periode waarin ik zelf geen acht uur per week kan vrijmaken. Onnoemelijke drukte op school…. Het is dus telkens weer zo een wedstrijd waar we eigenlijk niet echt voorbereid naar toe gaan. We zijn al heel blij als we erbij zijn.

Toch zijn we er ook deze keer weer in geslaagd om aan de wedstrijd deel te nemen. Meer nog, op woensdagavond hadden we zelfs tijd “gemaakt” om met de ploeg bijeen te komen. In café Den Leeuw in Kasterlee klonken tot ’s avonds laat existentiële levensgrote vragen als : Waar gaan we starten? Wat als de wind zuidelijker blijft? Wat als de wind sneller ruimt? Wie zorgt voor koffiekoeken?
Kaarten van de Oosterschelde werden volgekriebeld en lijsten met afstanden, kruishoeken en tijden werden aangelegd.

Sinds vorig jaar hebben we enkele zaken geleerd. We hebben een richtinggevend schema, en we werken met kritische keuzepunten. Op die plaatsen nemen we beslissingen. In principe nemen we vooral géén beslissingen op andere plaatsen. Omdat die welbepaalde punten een aantal goede opties bieden. Leren uit je fouten, en voortschrijdend inzicht zeg maar….

Zaterdagmorgen doet de wekker zijn gewone ding. Om 5 uur dus, onaards vroeg na de eerste werkweek… Goedele en ik rijden om half 6 richting Tholen. Net vroeg genoeg om nog wat spullen uit de Freewind te halen voordat de rest van de ploeg ter plaatse komt. Ze zijn allen heel erg op tijd. De spanning is er dus.

Voor Wouter is het de eerste wedstrijd op Déjà Vu en de eerste wedstrijd in het algemeen. We overlopen rap even de tuigage en de do’s en don’ts. Voor Joris is het een terug thuis komen na een wereldreis van een heel jaar. Voor Noor is het gewoon al eventjes geleden. Ewout en Goedele zijn mijn jeugdige anciens.

We laten ons meteen opjagen door de Diricawl, de Oneiro en de Stormezand die vóór ons de haven uitvaren. Zelfs Patrick komt al opstomen met zijn Omerta, het startschip van dienst. Losgooien en wegwezen!

We hebben dus gekozen voor de startplaats die het dichtste bij ons ligt. De Bergsediepsluis. We gaan ervan uit dat we met kruishoeken van 50° naar het westen kunnen, dankzij de harde stroming. Het is bij de start 2u30 voor de kentering en ongeveer springtij. Er is weinig wind voorspeld, dus onze grootste genua ligt aan dek.

We zijn ruim op tijd aan de startlijn en we oefenen dus eerst nog enkele basismanoeuvres. Overstag en gijpen. De eerste keren gaat het stroef en traag, maar iedereen blijft in zijn rol. We praten even over de spinaker. Dat die geel ziet. En normaal, als alles goed is, ergens in de voorpiek staat. So far for now.

En dan is het zo ver

Om 9u45 lopen we naar de startlijn. Ik schat dat er toch een 20-tal boten voor deze meest oostelijke startlijn gekozen hebben. Net voor de start begint het alweer te regenen en trekt de wind wat aan. Hoe het precies komt kan ik niet reconstrueren, maar we missen alleszins het 4-minuten sein. Op die manier zijn we te ver van de startlijn wanneer 1 minuut gegeven wordt en starten we helemaal als laatste. In de vuile wind. Die wind is fel en vlagerig en met ons grootste voorzeil hebben we bij momenten teveel zeil staan. Zelfs met 6 mensen op de reling. Dit is ook typisch “anti- Rush-weer” zoals ik dat noem. Onze lichte boot met zijn spitse snoet en dikke buik stuitert tegen de korte, steile golven en verliest telkens snelheid. Om haar echt te laten lopen zouden we moeten naar 60° afvallen. En die koers willen we niet. Het is dus lijden….

Iets beter wordt het wanneer een deel van het veld bakboord uit gaat. Nu krijgen we wat vrije wind. Zij gaan eerst een stukje richting Oesterdam maken. Wij niet. Het gaat om keuzes. Alleszins schatten wij dat we de hele twee-en-een half uur nodig zullen hebben om tot aan de brug te geraken. En dus denken we maximaal van de stroming te profiteren door te gáán. Enfin, ik schrijf “denken we” , maar ik bedoel “denkt ze”. Het speelt zich allemaal af in de brains van Goedele, onze tacticus van vandaag.

We maken kruisrakken die qua koers goed meevallen. De wind is zuidelijker dan voorspeld, dus de lange rakken zijn bezeild. Tenminste, als de wind wat stabiel wil zijn. En daar knelt een schoentje. De hele dag zullen we geplaagd worden door wisselvalligheid, en dat begint al na een half uur. Een donkerzwarte hemel komt opzetten, bakken regen, en een wind die direct piekt naar 5 bft of in vlagen zelfs meer. Veel te veel voor die grote flap van ons. Déjà Vu gaat nét niet uit het roer (dat doet ze zelden), maar het water stroomt met bakken over het gangboord en die helling brengt niets op qua snelheid. Er zit niks anders op dan te wisselen. En dat is een heel manoeuvre natuurlijk. De grote doek moet naar beneden, moet aan dek getemd worden en moet vervangen worden door de nr3. Maar wat een verschil. Met de drie racen we mooi rechtop en superhoog…. totdat de wind na de bui helemaal wegzakt. En daar gaan we weer : de 3 er af en de grote er op. En weer overstag. En weer hiken. En weer gijpen. De bemanning wordt afgebeuld.

Ondertussen horen we een licht gezoem uit de kajuit komen. De hersenen van onze tactics draaien op volle toeren. De I-pad levert problemen op : natte, koude vingers en een touchscreen dat kuren heeft, dat geeft aanleiding tot frustraties. Er worden lelijke dingen gezegd in de kajuit. Maar, niks aan de hand. We halen onze kritische keuzepunten met een timing waar de Spoorwegen wat kan van leren. (Ik schrijf dit op de trein, vandaar).

Als we bij de Zandkreek zijn is de wind nog steeds zuid. Nu zouden we naar de Zeelandbrug gaan, richting Keeten. Spinaker! We hebben dit dus nog nooit gedaan met deze ploeg. Ik roep instructies van achter de helmstok, Goedele komt nu naar boven om de lijschoot te trimmen, Joris aan de mast en Ewout op het voordek en binnen de kortste keren staat onze gele “chips” te pronken. De boot spurt naar pieken van 8 knopen door het water en we zeilen in een bubbelbad. Héérlijk. Hier maken we mijlen… Totdat iemand opeens zegt : “Kijk eens naar daar!”. Van Kats tot Goes hangt er een groot zwart monster in de lucht. En bij Bergen op Zoom ook. En dat kruipt onze kant op. Het wordt donker en de bliksem slaat rond onze oren. En met de bliksem komt de harde wind terug. En die wind draait naar west. Oesje. Onze spinaker wordt ingeblazen en slaat als een halve gek in het rond. Soms vult hij zich weer en dan wordt de boot in één ruk platgeblazen. Kuip vol water, zeil vol water, laarzen vol water. Het gebeurt enkele keren na elkaar. Iedereen klampt zich vast en ik roep wat commando’s. Heeft geen zin, geen mens kan mij horen met dit geweld. Op een bepaald moment hangt Joris voor 80% buiten boord. Ik roep “man over boord” maar Wouter corrigeert mij rustig: “Nog niet!“. Zelfs als het water uit de hemel kleddert en uit de Oosterschelde schuimt blijft zijn humor gortdroog. We zullen er later om lachen….

Ook Goedele maakt een schuiver en hangt letterlijk in het want.

“Opdoeken?”, schreeuwen Goedele en Noor elk in een van mijn oren. “Nog even” brul ik terug, “over 4 minuten zijn we aan de boei.” Op de gezichten zie ik een mengeling van opluchting (we moeten tenminste geen circustoeren doen op het voordek) en vertwijfeling (de Déjà Vu wordt aan stukken geblazen). Het gaat echt niet goed nu. De olijke spinaker van de Diricawl achter ons, komt langzaam dichterbij…

Eindelijk zijn we bij de bovenboei en kunnen we afvallen. De wind komt nu weer achterlijker in de spi en we spurten er weer vandoor. Onze Thoolse buurman van de Oneiro, een flinke concurrent van 37 voet, ligt bij de boei naast ons. Hij heeft ons al even bezig gezien en begint zowaar te supporteren voor dat kleine fanatieke bootje. “Kom op jongens, die boom naar buiten draaien en die lijschoot weer aan! Daar gaat ie !”. Inderdaad, we sprinten weg en wuiven hem nog even na. Zalig….

We maken een rondje met de klok mee voor de Zeelandbrug, telkens van de Keeten A boei naar de Zandkreek. Nee, we maken drie van die rondjes. Geen enkel rak moeten we opkruisen, hoewel de wind steeds minder piekerig wordt en steeds meer naar west ruimt.

Op ons finale keuzepunt zijn we bij de Keeten A. Tijd om de laatste fase in te gaan. De vermoeidheid begint te wegen, we zijn al 6 uur gefocust aan het werken. De zon komt gelukkig af en toe eens piepen. Vorig jaar deden we dit in short en t-shirt… Nu is het koud en beurs in de buien.

Het rak naar Sint Annaland gaat nog maar eens onder spi. Amai, we groeien nu boven onszelf uit. De OlympiX, een supersnelle Fastnet-racer, onder genaker, heeft moeite om het eerste stuk naar Stavenisse zo diep te varen. Ze moeten afkruisen, en wij slagen er in om één lijn te varen. We houden hen zowaar achter ons (heel even). Daar groei je van als kleintje. We wuiven zelfs enthousiast als ze ons na een 10-tal minuten voorbij komen gevlogen, eenmaal op hun goede koers. Naast ons vaart een Safier 33, volledig in carbon, en ook onder genaker. Die geraakt ons niet voorbij. Het loopt dus als een trein…

Om 17u zijn we aan de laatste rechte lijn voor de finish. Te vroeg, we moeten nog langer zeilen en meer mijlen hebben. Goedele beslist : we maken een rondje voor de Krabbenkreek. Gaat goed. Spannend… 17u30. We zijn weer aan de inham naar de finish. Discussie : binnengaan is veilig, maar (te) vroeg. We moeten natuurlijk mijlen hebben. Het rondje van daarnet is te groot, finishen na 18u is dodelijk voor de uitslag. (De tijd gaat dan x3). Spanning. Goedele stuurt ons nogmaals over het laatste rak dat we gedaan hebben. We hebben dat dan 3x, dat mag niet, we verliezen dus 1x deze afstand. Maar, positief geformuleerd : we winnen nog 2x 0,36 mijl. Beter dan 20 minuten stilliggen.

We beseffen dat het een berekende gok is. Het komende kwartier zal van groot belang zijn voor ons resultaat. Iedereen is maximaal gefocust. Aan de wind naar de boei, alle lijven en koppen naar buiten. Schakelen. Ieder vlaagje pakken. We halen het niet, de wind is nog geruimd. We gaan ver van de boei overstag en dan ruime wind terug. Tegenslag. We halen het niet qua tijd. Onmogelijk. ETA uit de plotter halen : 18u06. Ramp. Dat geeft 18 minuten straftijd…

Extreme maatregel dan maar : we gaan ook dat allerlaatste rak nog spinakeren. Ondertussen is de ploeg al geoefend. In een mum staat de spi vol. Concentratie nu. Wat zegt de plotter? 18u04. Niet veel verschil dus…. Als we achterom kijken zien we dat de kreek helemaal dichtgetimmerd is met grote schepen onder spi. Die vormen een muur waar geen zuchtje wind door komt. We vallen stil… Zij lopen ons op… Komt niet goed op deze manier.

Hard naar bakboord dan maar, daar is hopelijk nog wat wind over. Over de rode boeienlijn zelfs, kijken naar de dieptemeter! Het werkt. Déjà Vu perst er een laatste spurtje uit…

Om 17u57 en nog wat klinkt het verlossende geluidssein. We zijn over de finish.

Afmeren, opruimen (de boot is een puinhoop van natte kleren en zeilen en koffiekoeken en nog van alles…). Glaasje drinken in de kuip, even evalueren. We zijn matig tevreden omdat vooral de moeilijke momenten naar boven komen. Vast door de vermoeidheid.

Noor en Ewout en Joris vinden een vriendelijke Limburgse opstapper die hen een lift wil geven naar Tholen, naar de auto.

Goedele, Wouter en ikzelf laten het avondfeest aan ons voorbij gaan. Wij brengen de boot terug naar Tholen.

Onze navigatielichten branden al als we weer uitvaren. We gaan op de motor. Op de stuurautomaat zelfs. Even rustig… De Webasto blaast de kajuit lekker warm en droog en om beurt zitten we binnen. Als we terug op de Oosterschelde zijn, is het reeds helemaal donker. De radar speurt de omgeving af. Nabij Stavenisse merken we het grote donkere zwart boven Goes. Dat ziet er niet fraai uit. Bliksemschichten verlichten de nacht, de donder kletst om onze oren. We zien de lichten op de oevers van de Oosterschelde vervagen en verdwijnen…. de wolk breekt open. Gietende regen, er blijft zelfs water in de kuip staan, en een wind die over de 7 Bft piekt. De Oosterschelde wil ons terug naar het avondfeest blazen.

En midden die bui komen er sms’jes binnen vanaf het feest. Tweede plaats? “Zijn ze ons nu aan het uitlachen?”, denken we eerst. Dat zouden Bob van de Con Spirito en Jet van de Diricawl toch niet doen hé… Het blijkt zowaar te kloppen. We zijn tweede!

De hemel klaart op, we zijn euforisch. Om 1u ’s nachts ligt Déjà Vu weer thuis in Tholen. Wij zijn moe, maar héél voldaan…

De bemanning van de Déjà Vu

15 september 2017|